|
http://www.spaceandmotion.com/ De quantumfysica (en de quantummechanica) houdt zich bezig met de studie van de bouwstenen binnen in het atoom. Boeddhisme en quantumfysica lijken iets met elkaar gemeen te hebben. Zie hier een lecture van Jeffrey Grupp over dit onderwerp. Een nieuwe wetenschappelijke waarheid zal niet triomferen, doordat zij haar tegenstanders weet te overtuigen en hen de waarheid laat inzien, maar doordat haar tegenstanders tenslotte sterven en er een nieuwe generatie opgroeit die er mee vertrouwd is." (Max Planck) Ontstaan van de theorie In de vorige eeuw ontdekten wetenschappers dat de Newtoniaanse wetten van de fysica op subatomair niveau niet opgingen. Materie bleek zich op dit miniscule niveau heel anders te gedragen dan in de 'grote' wereld. Als gevolg hiervan werd de quantumtheorie ontwikkeld. De quantumtheorie werd gedurende de eerste drie decennia van de 20e eeuw geformuleerd door een reeks natuurkundigen. Dat waren ondermeer : Max Planck, Albert Einstein, Niels Bohr, Louis de Broglie, Erwin Schrödinger, Wolfgang Pauli, Werner Heisenberg en Paul Dirac. Zij stelden vast dat zelfs de subatomaire deeltjes ( zoals elektronen, protonen, neutronen, enz) geen massieve voorwerpen zijn. Soms manifesteren ze zich als deeltjes en soms als golven. Ook licht heeft deze eigenschap: soms lijken de subatomaire lichtdeeltjes op deeltjes, soms lijken het golven. Deze lichtdeeltjes noemde Einstein de ‘quanta’ (meervoud van quantum). Vandaar het woord ‘quantum-theorie’. Tegenwoordig noemt men deze deeltjes fotonen. De nieuwe fysica vereiste de grondige herziening van begrippen als ruimte, tijd, materie, voorwerp, oorzaak en gevolg enz. De oude fysica steunde op de mechanistische wereldbeschouwing van Descartes die het universum beschouwde als een super-machine die volgens vaste wetten werkte en waarbinnen materie vast en ondeelbaar was. Deze nieuwe quantumfysica is echter organisch en holistisch van aard. Alles staat met alles in verbinding. Het heelal is een dynamisch en onderling verweven web. Licht Licht is een soort materie. Het heeft ook dezelfde eigenschappen als materie. De subatomaire deeltjes van licht zijn onzichtbaar. Zelfs onder een elektronenmicroskoop kunnen we ze niet zien. Ze zijn echter wel hoorbaar. Men neemt ze waar dmv een systeem van geluidsversterking waarbij ze tegen een wand botsen en zo hoorbaar worden. We zien ze niet maar ze zijn er wel. Richard Feynman (nobelprijswinnaar fysica) vergeleek een lichtstraal met een douche van regendruppels. Er zijn vele soorten licht. Van die vele soorten is slechts een heel klein deeltje zichtbaar voor ons menselijk oog. Dat is het gewone licht dat op zich ook weer bestaat uit diverse kleuren. En deze kunnen we alleen zien als de lichtstraal door een prisma gaat. Van de onzichtbare soort zijn er twee groepen.
Al deze onzichtbare vormen van licht kunnen met de juiste apparatuur wel zichtbaar worden gemaakt. Hoewel ze voor ons onder normale omstandigheden onzichtbaar zijn zijn ze er wel. Dit geldt waarschijnlijk voor een hele reeks fenomenen die een verband hebben met het voortbestaan van de ziel na de ‘dood’: het astraal (etherisch) lichaam en de parallelle wereld bijvoorbeeld. Voor de doorsnee persoon zijn ze onzichtbaar maar onder de juiste omstandigheden en voor de juiste personen (bijvoorbeeld mediums) zijn ze wellicht wel zichtbaar. Parallelle werelden Knappe koppen verbonden aan de Universiteit van Oxford zeggen dat ze het wiskundige bewijs hebben gevonden voor het bestaan van parallelle universa en dat daarmee het reizen door de tijd vanuit kwantum fysisch oogpunt wel degelijk mogelijk is, deze doorbraak wordt nu al omschreven als “een van de meest belangrijke ontwikkelingen in de geschiedenis van de wetenschappen. Voorheen was het idee van 'meerdere werelden' meer fiction dan fact en werd voornamelijk gebruikt om het tijdreis paradox te omzeilen. Het was de Amerikaanse natuurkundige Hugh Everett III die in 1950 als eerste met zo’n meerwerelden-theorie aankwam zetten. Hij probeerde een oplossing te bedenken voor de problemen die de quantummechanika veroorzaakte met betrekking tot het aantal mogelijke staten. Volgens de quantum mechanika valt over atomen niets zinnigs te zeggen totdat je ze waarneemt. Tot dat moment verkeren de deeltjes in een toestand die superpositie wordt genoemd. De bekende Edwin Schrödinger heeft over die toestand in 1935 z’n beroemde paradox van de kat in een afgesloten doos bedacht. Het tijdreis paradox is een gedachtenexperiment waarbij een vraag wordt gesteld zoals; 'stel je reist terug in de tijd en je schiet je vader dood nog voordat je geboren bent'. Om dit raadsel op te lossen bedacht men dat de werkelijkheid zoals een boom is die zich telkens vertakt. Je vader doodschieten in de ene realiteit zou dan niets aan de situatie veranderen in een andere realiteit. Als laagjes van een spekkoek liggen de werkelijkheden naast elkaar en telkens wanneer een gebeurtenis plaatsvindt zullen de uitkomsten daarvan in de verschillende realiteiten een andere uitwerking hebben. Met ander woorden, je zou dus alleen maar tijd kunnen reizen in een parallel van je verleden of toekomst. In normale mensentaal kunt u zich het als volgt voorstellen. Een motorrijder die zich in de ene werkelijkheid te pletter rijdt zou in een andere werkelijkheid op het nippertje aan een vreselijk ongeluk kunnen ontsnappen. In weer een andere werkelijkheid komt hij er met wat schrammen vanaf terwijl een werkelijk verderop hij komt te overlijden. En ga zo maar door. Knappe kop dr. Deutsch heeft dus wiskundig aan weten te tonen dat vertakkingen van de realiteit in theorie kunnen bestaan. Collega's zoals Wallace en Saunders (ook van de Universiteit van Oxford) hebben de berekeningen van Deutsch bevestigd. En daarmee is nu serieus de deur geopend voor verder onderzoek naar het concept van parallelle werelden, of zoals u wilt universa Subatomaire deeltjes 90 % van het universum bestaat uit onzichtbare subatomaire (etherische) deeltjes. Ook ons lichaam bestaat dus voor het grootste deel uit deze onzichtbare deeltjes. Mogelijk zijn dit de etherische bouwstenen van het astraal lichaam. Kopenhagen Interpretatie De quantumfysica stelt vast dat de onderzoeker mentaal invloed uitoefent op de subatomaire deeltjes van de materie. Golfjes worden deeltjes als de onderzoeker de intentie heeft deeltjes te onderzoeken (en omgekeerd). De menselijke geest oefent dus duidelijk invloed uit op de materie. Deze invloed is van wezenlijk en praktisch belang in de parallelle wereld. Dit vertelt ons de informatie die we van daaruit krijgen. Voorwerpen kunnen in de parallelle wereld worden gevormd (gemaakt) alleen door pure wilskracht. In het verlengde hiervan ligt mogelijk ook de verklaring voor telepathie. In de parallelle wereld is dat immers het volmaakte communicatiemiddel. Wat leuk is om te weten: Licht gedraagt zich als deeltjes of als golven afhankelijk van het experiment dat wij uitvoeren. De "wij" die het experiment uitvoeren, zijn de schakel die deeltjes als golven dan wel als deeltjes verbindt. Het golfachtige gedrag dat wij waarnemen bij het dubbele spleetexperiment is geen eigenschap van licht, maar een eigenschap van onze interactie met licht. Golfachtig gedrag en deeltijesachtig gedrag zijn eigenschappen van onze interacties met licht. Aangezien golfachtig gedrag en deeltjesachtig gedrag de enige eigenschappen zijn die wij aan licht toeschrijven, en aangezien deze eigenschappen nu, naar verluidt, als de complementariteit juist is, niet tot het licht zelf behoren, maar tot onze interacties met licht, dan blijkt hieruit dat dat licht onafhankelijk van ons geen eigenschappen bezit, wat erop neer komt dat licht zonder ons niet bestaat! Zonder ons, of wat dan ook om mee te communiceren, bestaat licht niet. Deze opmerkelijke conclusie is nog maar een kant van de medaille. Omgekeerd gaat op, op overeenkomstige wijze, zonder licht, of wat dan ook om mee te communiceren, bestaan wij niet! Bohr stelde: ......een onafhankelijke werkelijkheid in de gebruikelijke fysische zin kan noch worden toegeschreven aan de verschijnselen, noch aan de werktuigen (wij) van de observatie. (iut "de dansende Woe-li meesters van Gary Zukav)
De Quantum non-locality Een interessant fenomeen is de zgn ‘quantum non-localiteit’. Dit heeft betrekking tot twee verwante fotonen. Verwant doordat ze bijvoorbeeld op dezelfde wijze gepolariseerd zijn. Als deze worden gescheiden blijven ze nog steeds intens verwant, ongeacht de afstand die hen scheidt. Het maakt niet uit of ze zich beiden aan een andere kant van de wereld bevinden. Als foton A wordt gestimuleerd vertoont foton B op hetzelfde moment hetzelfde effect. Tegenwoordig accepteren zelfs de meest conservatieve fysici non-lokaliteit als een specifiek kenmerk van de subatomaire realiteit. Zij houden vol dat deze merkwaardige, contra-intuitieve eigenschap niet op iets dat groter dan een foton of elektron van toepassing zou zijn. In de macroscopische of "grote" wereld gedraagt de kosmos zich weer volgens de newtoniaanse wetten. Tom Rosenbaum en Sai Gosh toonden echter door hun experimenten op lithiumholmiumfluoride aan dat dit fenomeen ook optreedt op atomair niveau. Zij hebben aangetoond dat atomen, de bouwstenen van de materie, vatbaar zijn voor non-lokale beïnvloeding. 'Grote' dingen als kristallen houden zich niet aan de regels van het newtoniaanse spel! Zij gehoorzamen aan de anarchistische regels van de quantumwereld door zonder aanwijsbare oorzaak onzichtbare connecties in stand te houden. Ditzelfde verschijnsel doet zich voor bij mensen. Dit werd aangetoond door een experiment uitgevoerd in 1994 aan de universiteit van Mexico City door neurofysioloog Jacobo Grimberg-Zylberbaum. Daarbij mediteerden 2 personen die zich in dezelfde ruimte bevonden gedurende 20 minuten samen om zo een band teweeg te brengen tussen hen. Daarna werden ze beiden in aparte metalen kamers gebracht. Deze kamers werkten als kooien van Faraday. Dwz: ze laten geen enkel elektro-magnetisch signaal door. Aan persoon A werden een aantal lichtflitsen getoond die in zijn hersenen een bepaalde reactie teweegbrachten (zichtbaar op een EEC ). Bij persoon B werd voor 75 % dezelfde reacties vastgesteld, hoewel hij/zij nooit een flits gezien had! Dezelfde test bij personen die geen ‘band’ hadden werd geen enkele overeenkomst vastgesteld! In 1999 werd dit experiment herhaald maar dan met geluidsfragmenten door Peter Fenwick, een Brits wetenschapper. Dit fenomeen van de non-locality onderbouwt het bestaan en de werking van o.a. telepathie. Nulpuntenergie Quantummechanica is de beschrijving van de natuurwetten op de schaal van de grootte van atomen en kleiner. Hier gelden andere natuurwetten dan op onze menselijke schaal. Elk deeltje is nooit volledig in rust en heeft altijd een rest aan bewegingsenergie. Dit blijkt uit de vergelijking voor een willekeurig quantumsysteem zoals het quantumsysteem van een deeltje. De laagste energietoestand is namelijk niet nul maar heeft een bepaalde minimale waarde. Deze energie wordt de nulpuntsenergie genoemd omdat het de energie is die overblijft als alles zich in het absolute nulpunt bevindt. Het is de energie van het vacuüm bij het absolute temperatuursnulpunt. Het gaat hier om een enorme hoeveelheid energie. De nulpuntsenergie is een factor 1040 groter dan de totale energie van het universum. Lamb shift Omdat de nulpuntsenergie alomtegenwoordig is en volgens de theorie dus niets verandert wordt zij verwaarloosd. Deze benadering wordt hernormalisatie genoemd. Er zijn echter een aantal effecten in de natuurkunde die veroorzaakt worden door fluctuaties van het nulpuntenergieveld. Een van die effecten is de zogenaamde Lamb-shift. Fluctuaties in het nulpuntenergieveld zorgen ervoor dat elektronen enigszins in hun baan kunnen bewegen en dat leidt tot frequentieverschuivingen van maximaal 1000 Hz. Casimireffect Een ander effect van nulpuntsenergie werd in de jaren veertig door Hendrik Casimir ontdekt. Het Casimireffect is dat twee metalen platen die zich heel dicht bij elkaar bevinden naar elkaar toegetrokken worden. Tussen de platen bevinden zich alleen die golven van het nulpuntenergieveld die er precies tussen passen. Buiten de platen staan alle nulpuntenergiegolven en dus is de energiedichtheid van het veld daar groter. Daardoor worden de platen naar elkaar toe geduwd. Quantummechanica Een aantal problemen uit de quantummechanica kan met behulp van de fluctuaties van het nulpuntenergieveld worden verklaard. Een daarvan is het onzekerheidsprincipe dat zegt dat het onmogelijk is alle eigenschappen van een deeltje tegelijk te kennen. De energie van een deeltje kan niet exact worden bepaald omdat de energie door de fluctuaties van het veld altijd verandert. Een ander probleem van de quantummechanica is de verklaring van de stabiliteit van atomen. Volgens de klassieke theorie zou een elektron dat om een atoomkern cirkelt zijn energie uitstralen om dan in een spiraalvormige baan in de atoomkern te eindigen. Bohr postuleerde daarom dat het voor een elektron eenvoudigweg niet toegestaan is zich in een andere baan te bevinden en leidde daaruit allerlei quantumwetten af. Maar met behulp van de fluctuaties van het nulpuntenergieveld is de stabiliteit van atomen eenvoudig te verklaren. Hal Puthoff toonde aan dat een elektron in zijn baan om de atoomkern blijft omdat het elektron in een dynamisch evenwicht continu energie afstaat en onttrekt uit het nulpuntenergieveld. De Broglie huldigt het standpunt dat het elektron geen deeltje is dat in een vaste baan om de nucleus draait, als een soort van miniscuul zonnestelsel, maar dat het elektron een staande golf en derhalve geen deeltje is. Aantrekkingskracht De aantrekkingskracht tussen atomen, de zogenaamde vanderwaalskrachten, wordt veroorzaakt door variaties in de ladingsverdeling van de atomen die worden veroorzaakt door nulpuntenergiefluctuaties. De zwaartekracht kan worden beschouwd als een soort druk tussen twee objecten, veroorzaakt door de blokkering van bepaalde nulpuntenergiegolven, als een Casimireffect op lange afstand. De zwaartekracht stemt volledig overeen met de trillingsbeweging (zitterbewegung) van het nulpuntenergieveld. Dit verklaart ook waarom zwaartekracht zwak is en niet afgeschermd kan worden. Neutrino Eén van de gekende subatomaire deeltjes is de neutrino. Dit deeltje werd pas ontdekt in 1956. Het is iets heel bijzonders. Het gedraagt zich als een geest. Het kan namelijk in een blok lood (of een vergelijkbare materie) van tienduizenden kilometers dik doordringen zonder in botsing te komen met vaste stof. Deze neutrino’s (en/of andere vergelijkbare deeltjes) kunnen verklaren waarom overleden mensen in hun astraal lichaam, maar ook mensen tijdens een uittreding, dwars doorheen muren kunnen gaan zonder dat dit het minste probleem oplevert. Neutrino is Italiaans voor: "neutraaltje". Neutrino's zijn leptonen zonder elektrische lading, en met heel weinig massa*). Ze hebben bijna geen wisselwerking met andere deeltjes. De zon bestraalt ons ook met neutrino's, maar de meeste gaan ongehinderd dwars door de aarde heen. Eigenschappen: Neutrino's worden geproduceerd in allerlei vervalsprocessen en wisselwerkingen. Bijvoorbeeld: een neutron is niet stabiel, het vervalt in een proton, een elektron, en een anti-neutrino. Dit verval treedt op in bèta-radioactieve kernen. Bij bestudering hiervan is al in 1930 het bestaan van een neutrino als hypothese gesteld, omdat de uitgezonden elektronen niet evenveel energie bleken te hebben. Neutrino's hebben een impuls: ze kunnen een zetje geven. Als een stilstaand neutron vervalt in een proton en een elektron die allebei naar links gaan, dan moet er naar rechts nog een ander deeltje uitgezonden worden: een neutrino. Neutrino's worden in grote hoeveelheden geproduceerd in het binnenste van sterren, en ze hebben nauwelijks wisselwerking met andere deeltjes. Daarom zijn er héél veel van in het heelal. Als hun massa*) niet nul is (zoals eerst werd aangenomen) dan leveren ze een grote bijdrage aan de totale massa van het heelal (donkere materie), en dan hebben ze invloed op het uitdijen hiervan. In 1998 vond men bij Super-Kamiokande in Japan een minimummassa voor het muon-neutrino van 0,07 ± 0,04 eV, zo'n tienmiljoenste van de elektronmassa. Zie bij ParticleAdventure - News: Progress on understanding neutrino oscillations.
|
|
Probeer u zich die ‘onmetelijke’ 'lege' ruimte eens voor te stellen. En ook bij verder onderzoek van het binnenste van die kern stuitte men vooral op 'leegte'. 99,99999% is leegte. In de hele natuurkunde is men er altijd van uitgegaan dat een verschijnsel óf een golf-karakter heeft óf een deeltjes-karakter; ze sluiten elkaar uit. Nadat in meetbare en herhaalbare proeven door T. Young’s interferentie-experiment was ‘bewezen’ dat licht een golf-verschijnsel is, gooide Max Planck in 1900 roet in het eten met zijn ontdekking dat licht een deeltjes-karakter heeft. Dat bedreigde het hele ‘wetenschappelijke’ bouwwerk. Licht wordt in pakketjes van een bepaalde hoeveelheid (kwanta) afgegeven. Iets later bewees A. Einstein m.b.v. het foto-electrisch effect dat licht inderdaad een deeltjeskarakter heeft. N. Bohr verklaart in zijn complementariteitsbeginsel dat we de elkaar 'uitsluitende' karakters beiden nodig hebben om licht te kunnen 'begrijpen'. “Het universum bestaat op alle niveaus uit paradoxen” (schijnbare tegenstellingen). W. Heisenberg: “De subatomaire wereld laat voortdurend zien, dat we leven in een psychedelische wereld die, gemeten naar de maatstaven van het zogenaamde ‘gezond verstand’, volkomen absurd ‘is’. Ze is niet in woorden uit te drukken. J. Bell: “De quantumfysica blijkt bij alle proefnemingen steeds en op alle fronten juist te zijn, zowel in de microwereld als in de macrowereld van het grote universum; zij heeft alle verschijnselen met succes verklaard, terwijl de ‘gewone gezond-verstand-opvatting’ van de wereld op alle fronten onjuist blijkt te zijn. Bij het ‘dubbele-spleet-experiment’ met licht (licht valt door één of twee spleten en veroorzaakt bepaalde lichtpatronen op een scherm) deed men een vreemde ontdekking. Op de één of andere manier moest het lichtdeeltje dat door spleet A viel weten of spleet B open of dicht was, anders waren de lichtpatronen op het achterliggende scherm onverklaarbaar...........
Lichtdeeltjes hebben bewustzijn ? ? ? In de loop van de vorige eeuw hebben diverse natuurkundigen op allerlei manieren vruchteloos geprobeerd glycerine te laten kristalliseren. Toen het halverwege de eeuw plotseling in één laboratorium wel lukte, begon spontaan overal op de wereld glycerine te kristalliseren. Het leek er nog het meeste op dat op dat moment het ‘glycerine-bewustzijn’ de truc geleerd had. Bij onderzoek van subatomaire deeltjes stuitte men op paarsgewijze deeltjes die altijd een verschillende draairichting hebben. Met behulp van magnetische velden kan men de draairichting veranderen. Indien men de deeltjes van elkaar scheidt en van één van deze tweeling de draairichting verandert, dan verandert op het zelfde moment ook de draairichting van het andere deeltje;ook als die deeltjes zo ver van elkaar gescheiden zijn, dat alle bekende krachtsinvloeden geen invloed meer kúnnen hebben. Hoe weet zus X, dat zus Y van richting verandert ? Hebben die deeltjes bewustzijn ? ? ? Bij verder subatomair onderzoek kwam men uiteindelijk terecht bij iets dat nog schokkender was. Het allerkleinste dat men kon vinden, danste met een enorme snelheid (10.000.000.000.000.000.000.000 keer per seconde)voortdurend op en neer van iets naar niets, naar iets, naar niets, naar iets, naar niets,…,…. Dat allerkleinste kon men alleen maar aanduiden als “niets-ietsen”. En die niets-ietsen bleken op een mysterieuze manier verbonden met alle andere niets-ietsen van het universum; de werkelijkheid blijkt holografisch van karakte; elk deel van de werkelijkheid, bevat de gehele werkelijkheid die één is, één energie, die op een bepaalde manier informatie verwerkt. Alles is in essentie geest. Er bestaat alleen maar geest in actie. Bewustzijn is de basis van alles. De natuurkundige E. Walker zegt: “Bewustzijn kan in verband worden gebracht met alle kwantummechanische processen.” Eén van de allermoeilijkst te accepteren conclusies wordt verwoord in het onzekerheidsprincipe van Heisenberg. [“Je kunt van subatomaire bewegende deeltjes alleen óf de plaats waar zij zich bevinden, óf hun impuls (= hun snelheid en richting) waarnemen; nooit beiden.”] Daarin laat hij zien dat waardevrije waarneming niet bestaat. “De keuze van waarneemmethode (zie golf-deeltjes-‘tegenstelling’ bij licht) bepaalt wat er wordt waargenomen. En het werd nog moeilijker toen ontdekt werd dat elke poging tot waarneming het waargenomen deeltje verandert. Wat ‘daarbuiten’ gevonden wordt, hangt af van wat wij ‘hierbinnen’ beslissen. Dat maakte definitief een einde aan de illusie van de objectieve observator en ‘transformeerde’ hem tot veranderaar/participant/schepper. De danser en de dans zijn één in een voortdurende cadans van schepping en vernietiging; chaos in orde. De vóóronderstelling, waarop het concept van de wetenschappelijke objectiviteit berust, is de nu bewezen misvatting dat er een externe wereld daarbuiten is, helemaal los van een interne wereld hierbinnen. Wie de moeite neemt om het bovenstaande even goed tot zich door te laten dringen, zal dus zien dat er voor het waarnemen van de oppervlaktestructuren, de materiële aspecten, de ene manier van “kijken” waardevol is en dat voor het waarnemen van de innerlijke aspecten, geest, een ander soort observatie nodig is en dat die twee elkaar aanvullen (complementariteitbeginsel + onzekerheidsprincipe + bewustzijnsaspecten) en alleen samen de complete werkelijkheid vormen. De Zwitserse psycholoog C. G. Jung schreef: “De psychologische regel zegt dat wanneer een innerlijke toestand niet bewust is gemaakt, hij in de buitenwereld plaats vindt, als noodlot. Dat wil zeggen dat (….) wanneer een individu zich niet bewust wordt van zijn innerlijke tegenstellingen, de wereld dan noodzakelijkerwijs het conflict moet dragen en in elkaar tegenstellende helften wordt verscheurd.” Deze ontdekkingen ontmaskeren ook een andere wijdverbreide opvatting; die van de evolutie op basis van toeval. De evolutie blijkt helemaal niet mogelijk te zijn op basis van toeval, maar wordt gestuurd door bewustzijn en vindt plaats in quantumsprongen. Er worden alleen succesvolle ontwikkelingen geselecteerd die al hebben plaats gevonden. Om een poot tot een vleugel te laten evolueren, zijn enige honderden mutaties nodig. Zolang die niet allemaal hebben plaats gevonden, wordt er niet gevlogen, maar ook niet meer efficiënt gelopen. Dat betekent, gevreten worden. Volgens de achterhaalde Darwin-theorieën zouden al die mutaties toevallig hebben moeten plaats vinden en dan ook nog toevallig op de zelfde manier en toevallig tegelijk bij twee exemplaren van verschillend geslacht, die toevallig bij elkaar in de buurt verkeren. Terwijl die natuurwetenschap zich dus verder ontwikkelde en het waanbeeld van een louter 'materieel' universum liet varen, zijn de meeste menswetenschappers, net als de meeste ‘gewone’ mensen, blijven steken in een achterhaald idee over wat materie is en over hoe de wekelijkheid in elkaar steekt. Daardoor kunnen zij het onlosmakelijke verband tussen de wereld van de ‘materie’ en de wereld van de geest niet zien en hun (be)handelwijze daar niet op afstemmen. Dat is dus vooral gestimuleerd door het 18de eeuwse materialistische natuurwetenschappelijke geloof. Daar komt bovenop dat velen zich hebben afgekeerd van alles waarvan zij menen dat het met geest, religie, spiritualiteit te maken heeft. Dat gebeurde en gebeurt vooral op basis van de surrogaatreligie die eeuwenlang is opgedrongen en van de onderdrukkende rol die de kerken niet alleen in het verleden speelden, maar ook nu nog volhouden. |
|
Het wezen van de mystiek is dat je in het diepst van je eigen wezen, in het centrum van je eigen zuivere gewaarzijn, wezenlijk één bent met de geest, én met het al, op een tijdloze, eeuwigdurende, onveranderlijke manier. Indien dat voor u overdreven klinkt, luister dan eens naar: E. Schrödinger: "Het is onmogelijk dat deze eenheid van kennis, gevoel en keuze die het zelf wordt genoemd op een gegeven moment, nog niet zo lang geleden, uit het niets is ontstaan; deze eenheid van kennis, gevoel en keuze is in wezen eeuwig, onveranderlijk en numeriek één in alle mensen, wat zeg ik, in alle gevoelige wezens. Hoewel je het niet zou denken, ben je zelf -en alle andere bewuste wezens als zodanig- alles in alles. Vandaar dat het leven dat je leeft niet slechts een deel is van het totale bestaan, maar in zekere zin het geheel is... Het is die heilige mystieke formule die tegelijkertijd zo eenvoudig en zo duidelijk is: 'Ik ben in het oosten en in het wersten, ik ben boven en onder, ik ben deze hele wereld'." A. Einstein: "Een mens is een deel van het geheel dat wij 'universum' noemen; een deel dat is begrensd door tijd en ruimte. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat is gescheiden van de rest -een soort optische illusie van zijn bewustzijn. Die illusie is een soort gevangenis voor ons, die ons beperkt tot onze persoonlijke verlangens en genegenheid voor een paar mensen die ons het meest nabij zijn. Onze taak moet zijn ons van deze gevangenis te bevrijden." Dit wil niet zeggen dat de moderne natuurwetenschap een mystiek wereldbeeld bewijst. De natuurwetenschap blijft een beperkte onderneming die zich bezig houdt met een zeer beperkt onderdeel van de werkelijkheid. Deze moderne natuurwetenschappers meenden dat de moderne wetenschap zich niet langer kan verzetten tegen een mystiek wereldbeeld. A. Eddington: "Het oprechte inzicht, dat de natuurwetenschap zich bezig houdt met een wereld van schaduwen, is wel de meest opmerkelijke vooruitgang van deze tijd." Enkele wetenschappers die het verband leggen tussen de quantumfysica en het leven na de dood: Sir Oliver Lodge en Sir William Crookes. Zij leefden in het begin van de 20e eeuw in Groot Brittannië. Zij beweerden toen al dat de mens twee lichamen bezit: een fysiek lichaam (waartoe ook de hersenen behoren) en een onsterfelijk (etherisch) lichaam waarin het denken zich bevindt. Zij zeggen dat mensen die zich in de parallelle dimensie bevinden en zich soms aan ons hier kunnen tonen (materialiseren) een lichaam hebben dat bestaat uit dezelfde materie als de ons bekende radio- en TV signalen. Zij noemden dit de etherische substantie. Ronald D. Pearson Ook een Brits geleerde, beweert dat de quantumfysica perfect het voortbestaan van de persoonlijkheid na de dood ondersteunt. Maar ook verklaart volgens hem de quantumfysica ook een hele reeks ‘paranormale’ verschijnselen. Hij noemt het onderzoek naar het leven na de dood een ‘integraal deel van de fysica’. Al deze baanbrekende natuurkundigen wilden deze wereld van schaduwen overstijgen; ze wilden een mystiek in de vorm van metafysica, wat betekent 'voorbij de fysica'. Hoe diep je de natuurkunde ook bestudeert, zij geeft nooit antwoord op de diepere, fundamentelere vragen naar hoe het universum bewustzijn heeft voortgebracht. De wetenschap heeft grote successen geboekt in het verklaren van de materiële wereld, maar waar het gaat over de innerlijke wereld van de geest, gedachten, gevoelens, gewaarwordingen, intuïtie, dromen, heeft ze weinig tot niets te zeggen en over het bewustzijn zelf is ze wel bijzonder zwijgzaam. Binnen de huidige 'wetenschappelijke' wereldvisie is het bewustzijn zelf zelfs onmogelijk te verklaren. Tot slot van deze pagina enige verwijzingen vanuit ‘de mystieken’ naar de innerlijke ervaringen die wijzen naar dezelfde werkelijkheid als de ‘uiterlijke‘ ontdekkingen van de moderne natuurkunde. In vrijwel de gehele oosterse mystieke literatuur wordt de materiële werkelijkheid “Maya” genoemd. Zij bestaat volgens deze geschriften niet zoals wij haar zintuiglijk waarnemen, maar is ‘slechts’ een weerspiegeling van leegte, geest. Bovendien verklaren vrijwel alle mystici dat de ware aard van de werkelijkheid niet in woorden is uit te drukken. Alle non-dualistische mystieke stromingen benadrukken de éénheid van het universum. Bewustzijn is de basis; alles heeft/is in wezen bewustzijn in ontwikkeling. In de Bhagavat Gita (Hinduïstisch) wordt uitgebreid stil gestaan bij de voortdurende afwisseling van creatie en vernietiging in de dialogen tussen Krishna en Arjuna. We kunnen met de huidige stand van wetenschap niet langer volhouden dat degenen die al eeuwenlang op basis van hun interne subjectieve ervaringsdeskundigheid beweren wat de wetenschap nu bevestigt en bewijst, excentriek zijn en vluchten voor de werkelijkheid. Zij zijn blijkbaar degenen die zich bij uitstek in het midden, de kern, de essentie bevinden. Het is de materiewetenschap die zich aan de oppervlakte, de buitenkant (excentrisch) bevindt. Alle non-dualistische stromingen, die ondanks de rol van onderdrukkende kerkelijke structuren, overal zijn blijven bestaan, erkennen het geheel en geven daarin ieder (onder)deel haar eigen waardering. Daarin is alles onderdeel van de ene geest en bestaat de ander of het andere feitelijk dus niet. Duidelijk moet wel zijn waar het allemaal in wezen om gaat, wat essentieel is in, doel is, zin is van dit alles. Dat zal voor velen een moeilijke stap zijn, omdat zij aansluitend bij de heersende materialistisch alleenheerschappij, het leven ontdaan hebben van alles wat naar doel, zin, betekenis ruikt. Elke eenzijdige benadering doet geen recht aan het tweeledige karakter van de werkelijkheid. Ze ontkracht / verkracht haar. Het zogenaamd wetenschappelijke materialistische wereldbeeld reduceert elke diepte tot chemische processen en maakt in feite alles zinloos. Het leidt tot het ongebreidelde egoïsme van de ‘vrije’ markt (die voor de massa’s in met name de derde wereld steeds onvrijer wordt) met een onbeperkte ‘survival of the fittest’- mentaliteit. De vele slachtoffers daarvan vallen ‘gelukkig’ (nog) ver van ons bed. Het zogenaamd spirituele wereldbeeld, dat alle aardsheid tot verdorven gebied verklaart en zich terugtrekt uit de wereld, is net zo verantwoordelijk voor het vele onrecht in de wereld, omdat het geen antwoord geeft op de noodkreten der verdrukten; hen in de steek laat, maar ook omdat het met haar, nu makkelijk door te prikken, surrogaat mensen afhoudt van het echt en daadwerkelijk zelf gaan van de weg naar binnen. |
|
Met haar voorgaand boek ’Het Veld’ (een internationale bestseller) vergaarde Lynne een rol in de tweede What the Bleep-film: Down the Rabbit Hole. De langverwachte opvolger voor liefhebbers van dit genre, ‘Het Intentie Experiment’, verscheen eind januari 2007 bij Ankh Hermes (ISBN 978 90 202 8456 0).
http://www.theintentionexperiment.com/ Het Intentie-experiment: hoe je gedachten de wereld veranderen Noot: lees over dit onderwerp ook de boeken van Ervin Laszlo en Fritjof Capra, zie ook http://www.nulpuntsenergie.nl/ |